HyperLink            
empty_dot
 
Van sober tot exuberant 1 Van sober tot exuberant

De Nederlandse keramiek uit de periode 1880-1930 kenmerkt zich door een grote diversiteit. Verschillende artistieke en commerciële uitgangspunten en experimenten leidden tot sterk uiteenlopende resultaten. Dit is niet alleen te zien in de vormgeving en decoratie, maar ook in de gebruikte materialen en technieken. Slechts enkele fabrieken beperkten zich principieel tot één genre aardewerk, het merendeel voerde een gevarieerd assortiment.
Colenbrander 2 Theodoor Colenbrander

De Haagse Plateelfabriek Rozenburg produceerde aanvankelijk aardewerk naar voorbeeld van het traditionele Delfts blauw. Met de komst van Theodoor Colenbrander (1841-1930) in 1884 sloeg de fabriek een andere weg in. De ontwerpen van deze kunstenaar waren revolutionair door hun gedurfde vormgeving, grillige decors en heldere kleuren. Rond 1912 werkte Colenbrander voor Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda, waar zijn decors werden uitgevoerd in mat glazuur. In 1921 richtten enkele bewonderaars in Arnhem de Plateelbakkerij Ram voor hem op. De toen reeds tachtigjarige kunstenaar ontwierp voor deze fabriek nog tientallen modellen en vele honderden decors.
Terug naar het ambacht 3 Terug naar het ambacht

Bij Amstelhoek in Amsterdam ontstond rond 1900 vernieuwend aardewerk naar ontwerp van Lambertus Zijl (1866-1947) en Chris van der Hoef (1875-1933). Hun uitgangspunt was ‘eerlijkheid in materiaal, vorm en versiering’. De voorwerpen werden gemaakt van rood- en geelbakkende klei. Voor de decoratie werd teruggegrepen op eeuwenoude technieken als ringeloren en stempelen. Kenmerkend is ook het verfijnde inlegwerk van geometrische motieven en gestileerde dierfiguren.
Handwerk in serie 4 Handwerk in serie

De pottenbakker Willem Brouwer (1877-1933) bewonderde het eenvoudige volksaardewerk dat al eeuwen op dezelfde manier werd gemaakt. In zijn fabriek in Leiderdorp herleefden de oude technieken. Alle voorwerpen werden met de hand gedraaid en voorzien van een ringeloor- of sgraffitodecoratie. Handgrepen of oren werden geboetseerd, bijvoorbeeld in de vorm van een hagedis. In Utrecht werd de ambachtelijke traditie hooggehouden in het bedrijf van de pottenbakkersfamilie Mobach. Omstreeks 1910 ontstond een reeks vazen in mat blauw met ingegrifte, geringeloorde en ingelegde versieringen in art nouveau stijl.
Van sober tot exuberant Colenbrander Terug naar het ambacht Handwerk in serie
Bloemen 5 Modieuze bloemen

Bloemdecors waren tot in de jaren twintig favoriet bij het grote publiek en behoorden tot het repertoire van vrijwel elke plateelbakkerij. Deze trend werd ingezet bij Rozenburg na het vertrek van Theodoor Colenbrander in 1889. De bloemen zijn meestal herkenbaar weergegeven, donker of stemmig van kleur en over het gehele oppervlak van het voorwerp aangebracht. Afbeeldingen in ornamentboeken dienden de schilders vaak tot voorbeeld.
Delicaat porselein 6 Delicaat porselein

Vanaf 1900 had Rozenburg internationaal groot succes met het 'eierschaalporselein'. De elegante modellen werden uiterst verfijnd beschilderd met bloemen, vogels en insecten in zachte tinten. Kenmerkend zijn de gearceerde of gestippelde vlakken. De asymmetrische composities tegen een witte achtergrond doen Japans aan. De fabrikanten die dit eierschaalporselein imiteerden, namen de vormen en decors soms letterlijk over. Zij slaagden er echter niet in om eenzelfde flinterdunne scherf te bereiken. Als reactie op het eierschaalporselein kwam De Porceleyne Fles in 1900 met het 'Porselein-Biscuit'. De versiering van dit exclusieve product bestaat uit dunne laagjes gekleurd porselein en ingegrifte, met goud opgevulde lijnen.
Experimenten 7 Experimenten

Fabrieken staken veel energie in het experimenteren met materialen en technieken. De Amsterdamse plateelbakkerij De Distel was vanaf 1902 niet alleen bekend om de sierlijke gestileerde decors van Bert Nienhuis (1873-1960), maar vooral om het roomwitte matte glazuur dat de fabriek had ontwikkeld. Ook voor de Arnhemsche Fayencefabriek werd dit glazuur een handelsmerk. Latere experimenten leidden bij De Distel tot het 'Carduus-aardewerk'. Bij deze keramiek werden de contouren van de decoratie met behulp van een mesje of loden matrijs in de klei gedrukt, waarna de vlakken van een dikke laag glazuur werden voorzien.
Henri Breetvelt 8 Henri Breetvelt en Gouds plateel

Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda was lange tijd de grootste aardewerkfabriek in Nederland. Het bedrijf ontwikkelde zich van trendvolger tot trendsetter en veroverde de markt met zijdemat geglazuurd plateel, waarvan de decors in heldere en egaal dekkende kleurvlakken zijn opgezet. De expressieve en geabstraheerde decorontwerpen van de schilder Henri Breetvelt (1864-1923) vormen in dit genre een artistiek hoogtepunt. In de jaren twintig borduurde de fabriek op zijn ontwerpen voort in een eindeloze reeks van bonte, snel geschilderde decors.
Bloemen Delicaat porselein Experimenten Henri Breetvelt
Fascinatie voor de Orient 9 Fascinatie voor de Oriënt

De belangstelling voor keramiek uit landen van de islam resulteerde bij Rozenburg omstreeks 1890 in een klein aantal 'Perzische' modellen en decors. Twintig jaar later bracht De Porceleyne Fles onder de naam 'Nieuw-Delfts' op veel grotere schaal oriëntaals geïnspireerd aardewerk op de markt. Soms zijn het exacte kopieën van oude voorbeelden die schilder en ontwerper Leon Senf (1860-1940) in musea bestudeerde. Onder technische leiding van Gerrit Offermans (1857-1914) experimenteerde De Porceleyne Fles met lusterglazuren, die een metaalachtige glans aan de voorwerpen geven. Steeds wanneer Offermans naar een ander bedrijf vertrok, nam hij zijn kennis mee. Zo ging deze bijzondere techniek van fabriek naar fabriek over.
Chris van der Hoef 10 Chris van der Hoef

Sier- en gebruiksaardewerk naar ontwerp van Chris van der Hoef (1875-1933) vond zijn weg naar een publiek dat zich aangetrokken voelde tot een moderne, strakke vormgeving. Bij Amstelhoek in Amsterdam had Van der Hoef deze stijl rond 1900 richting gegeven. Later ontwierp hij voor verschillende andere fabrieken, waaronder Zuid-Holland in Gouda, Haga in Purmerend en Amphora in Oegstgeest. In de loop der jaren ontwikkelde zijn ornamentiek zich van lineair-geometrisch tot sierlijk en picturaal. De invloed van Van der Hoef komt naar voren in talrijke navolgingen.
Expressionisme en geometrie 11 Expressionisme en geometrie

De stijlkenmerken van de architectuur en beeldende kunst van de jaren twintig komen ook tot uitdrukking in de keramiek van die tijd. De beeldhouwer Hildo Krop (1884-1970) ontwierp voor ESKAF in Steenwijk vazen en dekselpotten in een plastische Amsterdamse School vormgeving. De geometrische decors in sterke kleuren op het aardewerk van De Vier Paddestoelen in Utrecht, Duinvoet in Den Haag en De Kennemer Pottenbakkerij in Velsen sloten meer aan bij de kunstuitingen van De Stijl. Beide richtingen vertegenwoordigen de Nederlandse variant van de internationale art deco.
In het buitenland 12 In het buitenland

De art nouveau keramiek had in het buitenland vaak een flamboyanter en sculpturaler karakter dan in Nederland. Opvallend on-Nederlands is de vaas met een zwierige vrouwenfiguur in reliëf die bij plateelbakkerij Zuid-Holland is uitgevoerd (nr. 8). De alleen met naam bekende ontwerper is waarschijnlijk een buitenlandse beeldhouwer.
Fascinatie voor de Orient Chris van der Hoef Expressionisme en geometrie In het buitenland
Modellen en decors 13 Modellen en decors

Verreweg het meeste aardewerk werd gegoten in mallen. Van een model bestonden vaak diverse varianten, bijvoorbeeld met of zonder oren. Bij vrijwel alle fabrieken was het gebruikelijk om een decor op meerdere modellen toe te passen. De detaillering van het decor werd daarbij op de vormgeving en het formaat van het gekozen model toegesneden. De kleurstelling van een decor of van het onderliggende fond is gezichtsbepalend. Zo levert eenzelfde decor in een andere kleur een nieuw resultaat op.
Bronnen van inspiratie 14 Bronnen van inspiratie

Een eeuwenoude decoratietechniek die bij Amstelhoek en verwante fabrieken in ere werd hersteld, is het ringeloren. Bij deze techniek wordt de versiering opgebracht door vloeibare klei via een tuitje of pennenschacht op het voorwerp te laten lopen (nrs. 1 en 2). Het aardewerk dat De Porceleyne Fles vanaf 1910 als 'Nieuw-Delfts' op de markt bracht, is geïnspireerd op de oude islamitische keramiek uit het Nabije en Midden-Oosten. De voorbeelden in deze vitrine (nrs. 4 en 5) zijn ontleend aan het Turkse Iznik aardewerk uit de zestiende en zeventiende eeuw (nr. 3). In de vormen, het glazuur (nr. 7) en het decoratiemotief (nr. 6) is invloed uit China zichtbaar (nr. 8).
Plastieken 15 Plastieken

Sommige fabrieken vervaardigden behalve vazen en gebruiksgoed ook keramische plastieken. Rond 1900 werden de mens- en dierfiguren vrij realistisch uitgebeeld en polychroom geglazuurd. Tijdens het interbellum nam de populariteit van plastieken enorm toe. In deze periode werden ze steeds sterker gestileerd en monochroom uitgevoerd, meestal in wit.
Menagerie 16 Menagerie

De natuur vormde de belangrijkste inspiratiebron voor art nouveau kunstenaars. Naast bloemen en planten waren dieren een geliefd decoratiemotief. Exotische vogels, vlinders en andere insecten komen het meest voor, dieren uit de huiselijke omgeving veel minder. Bijzonder in deze vitrine zijn de hazen en honden op de vazen van de Dordtsche Kunstpotterij. De wijze waarop de dieren zijn weergegeven, varieert van naturalistisch tot sterk gestileerd. Vaak zijn ze te herleiden tot een bestaande soort, maar ze kunnen ook uit de fantasie zijn voortgekomen.
Modellen en decors Bronnen van inspiratie Plastieken Menagerie